Vocalisten, alt-mezzo

Anneleen Bijnen

Terug naar zoekresultaten

075 640 65 40
06 895 78 67
anneleenbijnen@upcmail.nl
http://www.anneleenbijnen.com

De Nederlandse alt-mezzo Anneleen Bijnen vertolkte de titelrol in Donizetti’s La Favorita (geënsceneerd) en de rol van Alte Nonne in een concertante uitvoering van Hindemiths Sancta Susanna met het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In het seizoen 1999-2000 was ze te gast aan het Staatstheater Stuttgart als Nutrice in Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea (regie Jossi Wieler). In Carmel (VS) 2002 zong ze de rol van Alcippe in Heinichens serenata Diana su l’Elba met het Combattimento Consort Amsterdam o.l.v. Jan Willem de Vriend. In 2003 volgde de rol van Cherubino in Mozarts Le nozze di Figaro, in België en Frankrijk (regie Alain Sachs), vervolgd door een toernee in Frankrijk en Nederland in 2005.

Bij De Nederlandse Opera soleerde zij in Die Frau ohne Schatten (Strauss) o.l.v. Hartmut Haenchen, Rigoletto (Verdi) o.l.v. Ed Spanjaard en Lohengrin (Wagner) o.l.v. Edo de Waart. In 2004 vertolkte ze de rol van Kate Pinkerton in een nieuwe productie van Puccini’s Madama Butterfly o.l.v. Edo de Waart, er volgt een reprise in 2007 gedirigeert door Jaap van Zweden. Ook bij DNO zal zij in 2007 de rol van Edelknabe zingen in Wagners’ Tannhäuser.

Op de concertpodia zong Anneleen Bijnen de altpartij in Mahlers Symfonie nr. 8 met het Limburgs Symfonie Orkest, en trad ze o.m. op in de Requiems van Dvorák, Duruflé en Verdi, Mozarts Requiem, Krönungsmesse en Vesperae solennes de confessore (Wenen), Bachs Johannes en Matthäus Passion, Mendelssohns Elias en Händels Messiah (Ottobeuren), Joshua en in 2005 Jephta. In 2006 trd zij op met het Holland Symfonia in John Adams’ Grand Pianola Music o.l.v. Henrik Schaefer.

Ze bouwde een uitgebreid liederenrepertoire op, variërend van Weense klassieken tot hedendaagse werken. Ze zong in concert o.m. Mahlers Kindertotenlieder en Lieder eines fahrenden Gesellen, Debussy’s Chansons de Bilitis, De Falla’s Siete canciones populares espagñolas en Von Weberns Dehmel-liederen.